Op federaal niveau onderscheiden we twee stelsels van inkomenscorrecties:

  • De inkomensgarantie voor ouderen (IGO)
  • Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
A.     De inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

Een eerste vorm van inkomenscorrectie is de inkomensgarantie voor ouderen.

Je bent op pensioengerechtigde leeftijd (65jaar) en je beschikt over onvoldoende middelen om rond te komen. Je kan dan beroep doen op een inkomensgarantie voor ouderen (IGO) via de Pensioendienst.

  • Je moet 65 jaar zijn;
  • Je moet Belg zijn, onderdaan van de EU, vluchteling, staatsloze of van onbepaalde nationaliteit;
  • Woonachtig zijn in België;
  • Er wordt rekening gehouden met alle bestaansmiddelen en pensioenen waarop U en de persoon die Uw hoofdverblijfplaats deelt, recht hebben.
  • Ofwel wordt dit recht automatisch onderzocht op het moment dat je de pensionering indient;
  • Ofwel doet u zelf een beroep op de Rijksdienst voor Pensioenen;
  • Je kan de aanvraag ook doen via de Administratie van Uw gemeente.

Het basisbedrag wordt toegekend als de aanvrager dezelfde hoofdverblijfplaats deelt met één of meerdere personen: maandelijks bedrag: 722,18€ of 8.666,21€ op jaarbasis (situatie op 01/09/2017).

Het verlaagde basisbedrag wordt toegekend als de aanvrager alleenstaande is: maandelijks bedrag: 1.083,28€; 12.999,32 op jaarbasis (situatie op 01/09/2017).

 

 Ben je minstens 21 jaar oud en jonger dan 65 jaar en kan je door je handicap niet werken of – indien je wel werkt – en je verdienvermogen ligt 1/3 lager dan dit van een gezond persoon op de arbeidsmarkt; dan kan je een beroep doen op een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT).

Als je omwille van je handicap ernstige moeilijkheden ondervindt bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten (zoals koken, eten, je wassen, poetsen,…) dan kan je ook recht hebben op een integratietegemoetkoming (IT).

B.     Tegemoetkomingen aan personen met een handicap

 

 Ben je minstens 21 jaar oud en jonger dan 65 jaar en kan je door je handicap niet werken of – indien je wel werkt – en je verdienvermogen ligt 1/3 lager dan dit van een gezond persoon op de arbeidsmarkt; dan kan je een beroep doen op een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT).

Als je omwille van je handicap ernstige moeilijkheden ondervindt bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten (zoals koken, eten, je wassen, poetsen,…) dan kan je ook recht hebben op een integratietegemoetkoming (IT).

Inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT)

  • 21 jaar zijn;
  • Je handicap moet erkend zijn door artsen;
  • Je hebt een verminderd verdienvermogen tot 1/3 minder dan wat een gezond; persoon door te werken op de arbeidsmarkt kan verdienen;
  • Je bent ingeschreven in het bevolkingsregister;
  • Je moet gedomicilieerd zijn in België en er ook werkelijk verblijven;
  • Je inkomen mag bepaalde grenzen niet overschrij

De aanvraag dient te gebeuren via de FOD Sociale Zekerheid- Directie Generaal (DG) Personen met een handicap: http://handicap.belgium.be/nl/erkenning-handicap/procedure-erkenning.htm.

Alvorens een aanvraag in te dienen, vul je best eerst een anonieme vragenlijst in. Op basis van die vragenlijst zal gescreend worden voor welke voordelen je eventueel in aanmerking komt.

Uit de screening zal blijken voor welke voordelen je eventueel in aanmerking komt.Voor de vragenlijst ga je  naar de rubriek : waar kan ik recht op hebben ? https://myhandicap.belgium.be.

Je kan je aanvraag via een onderstaande link op de website aanduiden. Je duidt eerst aan welk voordeel je wenst aan te vragen. Vervolgens vul je een vragenlijst ( “intake”) in die  de nodige informatie geeft om een beslissing te nemen.

Om de vragenlijst in te vullen, heb je je elektronische identiteitskaart ( eID) en een kaartlezer nodig en moet je je pincode kennen.

Heb je hulp nodig bij het indienen van je aanvraag? Neem dan contact op met je ziekenfonds, gemeente of OCMW. Neem in dat geval steeds volgende informatie mee:

-de naam van je huisarts

-je eigen bankrekeningnummer

-de contactgegevens van iemand die je eventueel zal helpen bij de aanvraag.

Op basis van de ingevulde vragenlijst wordt nagegaan waarop je recht hebt. Desgevallend worden bijkomende financiële of administratieve gegevens opgevraagd bij andere instanties. Automatisch wordt ook informatie opgevraagd bij je huisarts of specialist om je handicap te kunnen evalueren. Je kan dus best je huisarts inlichten als je een aanvraag hebt ingediend.

Indien nodig kan je ook worden uitgenodigd door een arts van de DG voor een gesprek.

De beslissing of je al dan niet recht hebt op een tegemoetkoming wordt je per brief meegedeeld.

Eens je handicap en verminderd verdienvermogen erkend is door de artsen van Directie Generaal (DG)Personen met een handicap, is het maximumbedrag van de inkomensvervangende tegemoetkoming afhankelijk van je gezinscategorie. Of je dan ook recht hebt op dat maximumbedrag, wordt bepaald aan de hand van het inkomen van je huishouden.

Het uiteindelijk bedrag kan van persoon tot persoon heel erg verschillen. De onderstaande bedragen zijn gekoppeld aan het indexcijfer. De laatste verhoging vond plaats op 01/09/2017.

De gezinssituatie wordt ingedeeld in drie categorieën (A, B en C). Met elke categorie komt een maximumbedrag overeen.

Categorie C voor mensen die:

  • Ofwel een huishouden vormen met een persoon die geen bloed- of aanverwant is in de eerste, tweede of derde graad;
  • Ofwel één of meerdere kinderen ten laste hebben;
  • Je woont in een voorziening, maar behoudt je domicilie bij je partner.

Categorie B voor mensen die:

  • Ofwel alleen wonen;
  • Ofwel sedert tenminste drie maanden dag en nacht in een verzorgingsinstelling verblijven en voorheen niet tot categorie C behoorden.

Categorie A is een restcategorie voor iedereen die niet tot C of B behoort. Meer concreet vallen hieronder de samenwonende gerechtigden: o.a. samenwonende broers en zussen, een persoon met een handicap die samenwoont met meerderjarige ongehuwde kinderen,…

De bedragen zijn:

  • Categorie A: jaarbedrag € 7.143,93 – maandbedrag € 595,32
  • Categorie B: jaarbedrag € 10.715,90 – maandbedrag € 892,99
  • Categorie C: jaarbedrag € 14.287,86 – maandbedrag € 1.190,65

Als het totale inkomen van je huishouden (inkomen van je partner, inkomen uit arbeid, vervangingsinkomen, andere inkomens) een bepaald bedrag overschrijdt, dan zal het bedrag van je tegemoetkoming lager liggen dan het maximumbedrag van de tegemoetkoming.

Enkel het belastbaar inkomen komt in aanmerking.

Integratietegemoetkoming (IT)

De integratietegemoetkoming is een forfaitair bedrag waarop je recht kan laten gelden als je omwille van een handicap ernstige moeilijkheden hebt bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten (zoals koken, eten, je wassen,…).

Om dat recht te hebben moet je een voldoende aantal punten scoren op een zelfredzaamheidsschaal. Als je meer punten hebt, kom je in een hogere categorie en krijg je ook een hogere integratietegemoetkoming. Let wel om dat recht te kunnen krijgen, moet je minstens 21 jaar oud en jonger dan 65 jaar zijn.

  • Voor een integratietegemoetkoming moet je minstens 21 jaar zijn. Je kan de tegemoetkoming aanvragen vanaf de maand waarin je 20 jaar wordt.
  • Je handicap moet erkend worden door artsen van de Federale Overheidsdienst (FOD)-DG Personen met een handicap. Om recht te hebben op een integratietegemoetkoming moet je minstens 7 punten behalen op de schaal van “zelfredzaamheid”, m.a.w. de invloed van je handicap op je dagelijks leven.
  • Je moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister.
  • Je moet gedomicilieerd zijn in België en er werkelijk verblijven.
  • Om recht te hebben op een integratietegemoetkoming mag je inkomen bepaalde grenzen niet overschrijden.

Om een integratietegemoetkoming te ontvangen wordt er nagegaan wat voor invloed je handicap heeft op je dagelijkse activiteiten. Specifiek zal een arts evalueren welke moeilijkheden je ondervindt bij het uitvoeren van de volgende activiteiten:

  • Je verplaatsen
  • Eten bereiden en eten nuttigen
  • Je verzorgen en aankleden
  • Je woning onderhouden en huishoudelijke activiteiten doen
  • Gevaar inschatten en vermijden
  • Contacten onderhouden met andere personen

Per criterium kan je maximum 3 punten krijgen:

  • 0 punten = geen moeilijkheden
  • 1 punt = weinig moeilijkheden
  • 2 punten = grote moeilijkheden
  • 3 punten = onmogelijk zonder hulp van anderen

Aan de hand van deze criteria wordt beslist tot welke categorie je behoort. Je moet minstens 7 punten hebben om recht te hebben op een tegemoetkoming.

Als het totale inkomen van je huishouden (inkomen van je partner, inkomen uit arbeid, vervangingsinkomen, andere inkomens) een bepaald bedrag overschrijdt, dan zal het bedrag van je tegemoetkoming lager liggen dan het maximumbedrag van de tegemoetkoming.

Enkel het belastbaar inkomen komt in aanmerking. Als je bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet, maar je inkomen hiervan niet verrekend wordt in je belastingen, dan houden we daar geen rekening mee. We kijken naar je inkomen van 1 à 2 jaar geleden. Dat bedrag vind je terug op het aanslagbiljet van je belastingen. Als het inkomen van je huishouden met minstens 20% gewijzigd is in de 2 jaren die je aanvraag voorafgaan, dan houden we rekening met de inkomsten van 1 jaar geleden.

Bedrag

Het maximumbedrag voor de integratietemoetkoming (IT) is in eerste instantie afhankelijk van je graad van zelfredzaamheid. Of je dan ook recht hebt op dat maximumbedrag, wordt bepaald aan de hand van het inkomen van je huishouden. Het uiteindelijke bedrag kan van persoon tot persoon heel erg verschillen.

Je kan zelf online bij de FOD – DG Personen met een handicap – je aanvraag voor integratietegemoetkoming en inkomensvervangende tegemoetkoming aanvragen op www.myhandicap.belgium.be. Daarvoor heb je naast je PC een kaartlezer en je ID nodig.

Gezien de aanvraagprocedure vrij complex is en niet iedereen vertrouwd is met online-aanvragen, kan je je ook laten bijstaan door de sociale dienst van je gemeente, je OCMW of van je Mutualiteit.

©vzw Geïntegreerde Zorg Waasland

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?

Create Account